Column: Inclusief is het nieuwe exclusief

Foto: Architectenweb Maarten van Haaf

Een eminente Nederlandse medisch wetenschapper vertelde me, tijdens een interview met hem over zijn ideeën rond de ideale omgeving voor onderzoek en onderwijs: “In de wetenschap zijn de ‘eenpersoonsproblemen’ inmiddels wel op. Wetenschappelijke doorbraken kunnen we alleen nog samen forceren.” Mensen samenbrengen om van elkaar te leren en elkaar te inspireren. Open deur, dacht ik aanvankelijk.
 
Niet dus. Eigenlijk is het een eenvoudig voorbeeld van wat in de managementwereld ook wel recombinante innovatie wordt genoemd. Hierbij worden bestaande inzichten, methodes en oplossingen op een nieuwe manier gerangschikt, met elkaar geconfronteerd of anders aan elkaar verbonden. Soms blijken ze in elkaar te grijpen als stukjes van een onverwachte nieuwe puzzel, soms stoot de ene een andere zomaar ‘out of the box’, soms bieden ze gewoon een frisse blik. De resultaten zijn vaak verrassend nieuw, soms zelfs revolutionair.
 
Ontwerpen voor kennisintensieve organisaties – of dat nou scholen, industrie, bedrijven, culturele instellingen, medische omgevingen of universiteiten zijn – draait om een centrale vraag: hoe schep je optimale ruimtelijke condities om dit soort kennisprocessen te accommoderen en hoe kunnen die ruimtelijke condities mee evolueren met veranderende werkwijzen?
 
Op werkvloerniveau is in de voorbije jaren al heel veel gebeurd. Activiteitgerelateerd werken, het nieuwe leren, de ontwikkeling van healing environments, interactieve musea; allemaal relatief recente innovaties op interieurniveau om mensen dichter bij elkaar te brengen, communicatie en betrokkenheid te vergroten en zodoende de creativiteit te stimuleren.
 
Aan de andere kant van het schaalspectrum hebben de monofunctionele ‘-centra’ en ‘-terreinen’ uit de modernistische stedenbouw plaatsgemaakt voor nieuwe visies waarin functies elkaar eveneens versterken door vermenging. En niet voor niets maakt daarom uitgerekend ‘de campus’ als ruimtelijk model furore. Een campus is – ik geef mijn persoonlijke definitie – een ruimtelijke idylle rond een thema, meestal kennis. Het is een meestal open omgeving, landelijk of steeds vaker zelfs (binnen)stedelijk, die een gemeenschap helpt concentreren en focussen dankzij het comfort van voorzieningen (wonen, groen, eten & drinken, sport & entertainment) en de relatieve vrijwaring van verstoring en afleidingen (auto’s, ruis, tijdverlies).
 
Stedenbouw en interieurontwerp lijken daarmee hun zaken aardig voor elkaar te hebben. Toch functioneren ze in het licht van fundamentele vermenging uitsluitend wanneer de tussenliggende architectuur specifieke waarden vertegenwoordigt. En daar blijkt nog belangrijk werk aan de winkel.
 
Neem als voorbeeld de veel geroemde Google Campus. Hier vormen strikt ontoegankelijke gebouwen geen verbinding, maar juist een barrière: de sterk afgeschermde werkvloeren staan nauwelijks interactie, laat staan uitwisseling toe tussen ‘insiders’ en ‘outsiders’. In het openbare gebied heerst het andere uiterste: hier mogen de outsiders de insiders observeren, theoretisch zelfs aanraken,  maar dan wel tijdens hun minst onderscheidende bezigheden. Het tuinhek ontbreekt weliswaar, maar de voordeuren zitten potdicht.
 
Uitsluiting is een oeroude en hardnekkige architectonische reflex uit de tijd dat gebouwen primair dienden om te beschermen. Hoe houd ik ‘ze’ buiten? Maar wie écht wil ontwikkelen, zich wil spiegelen, scherpen, warmen of optrekken aan anderen, die wil zijn behuizing eerder zien als het verlengde van de omgeving. Die stelt intussen liever de tegenovergestelde vragen: hoe haal ik inspiratie naar binnen? En, wederkerig: waar ben ik welkom?
 
De grote opgave is om architectuur minder exclusief – letterlijk minder uitsluitend – te maken door haar aan te vullen en te verrijken met de tegenpool: inclusiviteit. Een verwelkomende architectuur die uitnodigend is voor nieuwsgierigen. En vanzelfsprekend is dit geen makkelijk pleidooi voor een utopie. Wel voor de ontwikkeling van nieuwe, heel doordachte architectonische strategieën, waarbij openheid niet ten koste gaat van veiligheid. Waar gastvrijheid in verhouding staat tot beheersbaarheid.
 
Stel je gebouwen voor die niet alleen ruimte innemen, maar ook ruimte bieden aan hun omgeving. Misschien niet voortdurend, maar wel door flexibele omhullingen die in staat zijn te wijken voor bijzondere gelegenheden of gewoon veranderen bij mooi weer. Grote serres en atria waarin plaats is voor publieke evenementen. Gebouwen waarin processen niet nabootsen wat er buiten gebeurt, maar ze als het ware laten oplossen in de levendigheid van hun omgeving. Gulle architectuur die de stad desnoods op eigen kracht tot een campus maakt. Maar dan een echte.

U bent hier

Rotterdam

Contact

Ector Hoogstad Architecten

Laanslootseweg 1
3028 HT Rotterdam
Postbus 818
3000 AV Rotterdam

T 010 440 21 21
E info@ectorhoogstad.com »